Naar de inhoud
Open Nexym

Begrippen

De woorden die je in Nexym en in deze documentatie tegenkomt, kort uitgelegd. Van hub en koppeling tot dataLayer, testmodus en toestemming.

Bijgewerkt 28 okt 2026·Leestijd 7 minbeginnerbasis

Nieuw in e-commerce software? Hier staan de woorden die je in Nexym en in deze documentatie tegenkomt. Elke uitleg is kort. Waar meer over te lezen is, staat een link.

Het platform waar deze documentatie over gaat. Nexym verbindt je webshop met je andere systemen (zoals je boekhouding of voorraadsysteem) en geeft je modules die je webshop beter maken, zoals een zoekfunctie en een chat. Zie Wat is Nexym?.

Jouw eigen omgeving in Nexym. Eén project is meestal één bedrijf met één of meer webshops. Je koppelingen, modules, gebruikers en data horen bij het project. Een ander project ziet er niets van.

Het hart van Nexym: één centrale plek waar je producten, voorraad, prijzen, orders en klanten staan, in één vaste vorm. Je systemen praten met de hub, niet met elkaar. Zie Hoe de hub werkt.

Een soort gegeven in de hub, zoals product, voorraad, order of klant. Elke entiteit heeft vaste velden. Zie Entiteiten.

De vaste vorm waarin de hub alle gegevens bewaart, welk systeem ze ook aanleverde. Een prijs uit je ERP en een prijs uit je webshop staan op dezelfde plek, op dezelfde manier.

Een verbinding tussen de hub en één van je systemen, bijvoorbeeld je Shopify-winkel of je boekhouding in Exact Online. Een koppeling heeft inloggegevens en zegt welke gegevens heen en weer gaan. In de app staan ze onder Koppel → Koppelingen & sync. Zie Koppelingen.

Het type systeem waar een koppeling mee praat: Magento, Shopify, WooCommerce, Exact Online, AFAS en andere. Een connector is het “stekkertype”; een koppeling is de stekker die jij in jouw systeem steekt.

Kort voor synchronisatie: het automatisch overzetten van gegevens tussen een systeem en de hub, zodat beide hetzelfde weten. Een sync draait op een vast schema (bijvoorbeeld elke vijf minuten) of als een systeem een seintje geeft.

Richtingen van een sync, altijd gezien vanuit de hub. Import is: gegevens komen de hub in (uit je shop of ERP). Export is: gegevens gaan de hub uit (naar een ander systeem).

Eén sync voor één entiteit in één richting, bijvoorbeeld “producten importeren uit AFAS”. Een koppeling heeft meestal meerdere banen. Je ziet ze onder Koppel → Dataflow.

De afspraak welk veld uit je systeem in welk veld van de hub komt. Bijvoorbeeld: het veld ItemCode uit je ERP wordt de SKU in de hub. Zie Veldmapping en regels.

Een veld is in Nexym én in een gekoppeld systeem veranderd voordat de wijziging uit ging. Nexym houdt standaard zijn eigen waarde en laat het zien onder Operaties → Mislukte records → Conflicten, zodat jij beslist.

Stock Keeping Unit: de unieke artikelcode van een product, bijvoorbeeld ACME-1234. De SKU is hoe systemen hetzelfde product herkennen. Nexym gebruikt de SKU onder andere om een product op je site te koppelen aan het product in de hub.

Een uitvoering van een product, zoals een maat of kleur. Een T-shirt is één product met bijvoorbeeld zes varianten (S, M, L in twee kleuren). Elke variant heeft meestal een eigen SKU en een eigen voorraad.

Een onderdeel dat je los aanzet, bovenop de hub. Bijvoorbeeld Site search, Website chat, Reviews of Popups. Een module leest zijn gegevens uit de hub, dus aanzetten vraagt geen nieuwe koppeling.

De verzameling van alle modules. In de app heet het menu Modules; de pagina heet Toolbox. De modules zijn daar gegroepeerd in Klant & shop, Catalogus & kanalen en Inzicht & compliance.

De tussenstand van een module: Uit, Test of Aan. In Test werkt de module al in de app (instellingen, schermen, voorbereidend werk), maar je bezoekers zien niets en er gaat geen e-mail naar klanten. Alleen jij ziet de module op je site, in debugmodus. Een module in test is gratis tijdens je proefperiode en zijn eigen gratis proef; daarna kost hij hetzelfde als live. Zie Proefperiode en abonnement.

De stand Aan: de module werkt voor al je bezoekers en klanten. “Live zetten” is de stap van test naar aan.

Het ene stukje code dat je één keer in je webshop plakt. Het laadt alle modules die aan staan en meet wat er op je site gebeurt. Zet je later een module aan, dan hoef je niets opnieuw te plakken. Zie Het embed-script.

Het deel van de script-URL dat zegt bij welk project het script hoort (het begint met wc_). De sleutel staat in de broncode van je site en is dus openbaar. Wat het veilig maakt, is de lijst met toegestane websites.

Een stand van je eigen browser waarin je ziet wat het embed-script doet, zonder dat het meetelt in je cijfers. Je zet hem aan met ?nexym_debug=1 achter een adres van je site, of met een debuglink uit Beheer → Debugger. Zie De debugger.

Een lijstje in de pagina waarin je webshop vertelt wat er gebeurt: “product bekeken”, “in de winkelwagen”, “bestelling geplaatst”. Google Tag Manager en Google Analytics lezen die lijst. Nexym kan hem ook lezen, zodat je niets dubbel hoeft in te richten.

Google Analytics 4, het statistiekenpakket van Google. Nexym kan de standaard e-commerce-events van GA4 uit je dataLayer lezen, en zijn eigen events naar je GA4 sturen. Zie GA4 & Nexym.

Eén gebeurtenis op je site, zoals “product bekeken” of “zoekopdracht gedaan”. Events van Nexym zelf heten in GA4 standaard nexym_…, bijvoorbeeld nexym_search.

Iemand die je website bezoekt. Een bezoeker is anoniem, tenzij hij zelf zijn gegevens achterlaat en jij Klant herkennen aan hebt gezet.

Een kort nummer waarmee Nexym de gebeurtenissen van één bezoek bij elkaar houdt. Standaard is het een berekening die elke dag verandert en die niets in de browser bewaart. Zet je bezoekers herkennen aan, dan bewaart de browser een willekeurig nummer, maar pas na toestemming. Zie Signals.

Ook wel consent. Het antwoord van je bezoeker in de cookiebanner: mag de site statistieken bijhouden, marketing doen, voorkeuren onthouden? Nexym leest dat antwoord en houdt zich eraan. Zie Het embed-script.

Ook wel CMP (Consent Management Platform): de melding waarin je bezoeker toestemming geeft of weigert. Nexym herkent de veelgebruikte cookiebanners vanzelf, en ook Google Consent Mode en IAB TCF. Nexym heeft ook een eigen module: Consent.

Een bezoeker koppelen aan een klant in de hub, bijvoorbeeld omdat hij zijn e-mailadres in een formulier invulde. Staat standaard uit en werkt alleen met toestemming. Zie Klant herkennen.

Een versleutelde “vingerafdruk” van een gegeven, zoals een e-mailadres. Uit een hash kun je het adres niet terugrekenen, maar twee keer hetzelfde adres geeft wel dezelfde hash. Zo kan Nexym koppelen zonder het adres zelf te bewaren.

Hoe lang Nexym een soort gegevens bewaart. Daarna wordt het ’s nachts automatisch verwijderd. Zie Data & bewaren.

Een getelde gebeurtenis die een module vastlegt, zoals een zoekopdracht zonder resultaat of een chatvraag zonder antwoord. Je ziet ze onder Operaties → Signalen. Zie Signals.

Het scherm dat laat zien wat je modules opleveren: welke bestellingen na het gebruik van een module kwamen, en hoeveel omzet daarbij hoort. Zie Impact.

Een proef waarbij de ene helft van je bezoekers de ene versie ziet en de andere helft een andere versie (of niets). Zo zie je of een verandering echt verschil maakt. Een aantal modules heeft een A/B-test ingebouwd.

Een groep klanten of bezoekers die aan dezelfde voorwaarden voldoet, bijvoorbeeld “klanten die meer dan drie keer bestelden”. Een segment werkt zichzelf bij. Modules kunnen een segment gebruiken om te bepalen wie iets ziet. Zie Segmenten.

Wat een gebruiker in je project mag doen: alles beheren, dagelijks werken, alleen kijken, of alleen bepaalde modules gebruiken. Zie Gebruikers en rollen.

Ook wel 2FA. Inloggen met je wachtwoord én een code uit een app op je telefoon. Zo kan iemand met alleen je wachtwoord nog niet inloggen.

Een manier waarop andere software gegevens uit de hub kan lezen of erin kan zetten, zonder de app te openen. Daarvoor heb je een API-sleutel nodig. Zie API.

Een seintje dat een systeem uit zichzelf naar Nexym stuurt als er iets verandert, bijvoorbeeld “er is een nieuwe bestelling”. Zo hoeft Nexym niet steeds zelf te vragen.